Op 6 september is er een voorstel verzonden voor een wijziging in de Crisis- en herstelwet van de regering aan de Tweede Kamer. Deze wijziging moet het eenvoudiger maken om de woningbouw te versnellen.
De Raad van State heeft positief geadviseerd over dit wetsvoorstel. Er wordt naar gestreefd om de wet per 1-1-2019 in werking te laten treden.

‘Het bouwen van woningen is een lokale opgave’, aldus Minister Ollongren van Binnenlandse Zaken. Ze vervolgt: ‘Het is mijn rol om de woningbouw in Nederland aan te jagen. Gemeenten en provincies kunnen door de Crisis- en herstelwet nu al gebruik gaan maken van instrumenten uit de Omgevingswet en zo knelpunten oplossen. Ook kunnen zij direct ervaring opdoen met de Omgevingswet.

Door de wet is sinds 2010 de ontwikkeling van wegen, bedrijventerreinen, woningen en windmolenparken maar ook het vergroten van duurzaamheid van bouwprojecten al versneld. Het gaat nu zelfs twee keer zo snel als voorheen. Dit is onder andere ontstaan doordat de Raad van State nu binnen een half jaar uitspraak doet in een zaak.


Drie belangrijke aanpassingen

Er zijn drie belangrijke aanpassingen in het wetsvoorstel:

1. Straks kan het bestaande Crisis- en herstelwet experiment sneller op nieuwe locaties worden toegepast. Het gaat hierbij om aanwijzing via een algemene maatregel van bestuur. Straks is dit mogelijk via een snellere ministeriële regeling.
2. Door een verbetering van de praktische toepasbaarheid van het zogenoemde projectuitvoeringsbesluit kunnen gemeenten straks de woningbouwproductie beter stimuleren. Dit kan maar liefst zes maanden tijdwinst opleveren.
3. Als laatste worden de criteria aangepast waaraan een experiment moet voldoen en wordt het aantal wetten waarvan kan worden afgeweken uitgebreid. Hierdoor worden de experimenteer mogelijkheden uit de bovengenoemde wet, breder inzetbaar.