Door de hoge grondprijzen kunnen woningcorporaties hun ambitieuze bouwplannen vaak niet uitvoeren, met als gevolg dat lagere inkomens op de woningmarkt buiten de boot vallen. Dat blijkt uit onderzoek onder verschillende woningcorporaties.

Woningcorporaties hebben binnen de koepelorganisatie Aedes afgesproken in de periode van 2017 tot 2021 jaarlijks 34.000 huurhuizen te realiseren. Maar meer dan de helft van de bouwplannen is onzeker en daar dreigen lagere inkomens de dupe van te worden. Oorzaak van het probleem is dat sociale verhuurders geen huizen mogen bouwen met een huurprijs boven de 710 euro.

Concurreren
Bij de aankoop van grond laten gemeenten woningcorporaties concurreren met commerciële vastgoedpartijen, waardoor de grondprijs te hoog is om er sociale huisvesting te realiseren. Met als gevolg dat er voor huishoudens tot een jaarinkomen van 36.000 euro te weinig wordt gebouwd.

Grens
Corporaties zien graag dat de grens opgetrokken wordt naar 1.000 euro. “De druk op de huurmarkt is momenteel zo groot, dat er nauwelijks gebouwd wordt voor de middeninkomens tussen 36.000 en 45.000 euro”, stelt Ed de Groot van Regioplatform Woningcorporaties Utrecht.

Toestemming
“Geef ons toestemming om te bouwen voor een huurprijs tussen de 700 en 1000 euro, dan hebben we meer mogelijkheden bij het verwerven van grond’, benadrukt De Groot. “Bovendien pakken we door het bevorderen van de doorstroming eindelijk het scheef wonen aan. Op die manier komen er weer woningen aan de onderkant van de markt beschikbaar. Er zitten nu nog veel middeninkomens in te goedkope huizen, maar zij kunnen geen kant op.”

Bron: Telegraaf